The full UB-experience

Veel goede ervaringen heb ik niet met de Universiteitsbibliotheek. Niet dat ik er vaak ben geweest, aangezien ik de UB, nadat ik een filmpje op Snapchat op vol geluid afspeelde, uit angst heb vermeden. Tien eeuwige seconden kon de hele computerzaal meegenieten van Justin Biebers ‘Sorry’. Goed nummer, daar niet van, maar mijn rode hoofd trok pas na drie dagen weg. Toch kreeg ook ik een paar dagen geleden last van dat welbekende help-volgende-week-zijn-de-tentamens-en-ik-haal-ze-niet-tenzij-ik-mezelf-met-mijn-studieboeken-in-quarantaine-opsluit-gevoel. Aangezien quarantaine geen optie was, besloot ik de UB nog één kans te geven en me de hele dag in het gebouw te isoleren. Hoe en of ik dit overleefde, lees je hieronder.

8.30 Gearriveerd op locatie. Grapje, was het maar zo. In plaats van dat ik mijn voornemen om dit blog met deze zin te beginnen waar kon maken, schrok ik wakker van het geluid van mijn wekker dat ironisch genoeg ‘optimisme’ heet. Nadat ik eerst vijf minuten vrij had gemaakt om mezelf te vervloeken over het feit dat ik blijkbaar niet eens in staat ben m’n wekker op het juiste tijdstip te zetten, herpakte ik me (voor zover dat mogelijk is op een dergelijk tijdstip) en maakte ik me klaar voor deze baanbrekende dag.

9.46 Gearriveerd op locatie, en nu écht. De regen en de kwaliteiten van Breng om werkelijk elke bus te vertragen kwamen mijn humeur niet echt ten goede, maar door de stilte in de UB leek ik ineens neer te strijken in een oase van serene rust. Ik was weer blij met mezelf. Het bleek namelijk helemaal niet nodig te zijn hier absurd vroeg te komen, er waren nog genoeg computers vrij om achter te kruipen.

10.32 In de wandelgangen had ik wel eens gehoord dat je beneden moet gaan zitten, want daar is het ‘lekker warm’. Inderdaad, dat heb ik geweten. Na de eerste drie kwartier voelde het alsof ik in een sauna zat. Nog niet te spreken over het gezicht dat ik in de spiegel zag toen ik mijn eerste plasje ging plegen. De tint van mijn hoofd herinnerde me iets te veel aan het Justin Bieber-incident, maar dit keer kon ik het gelukkig snel genoeg verhelpen door wat water in m’n gezicht te gooien.

10.40 Omdat ik aan werkelijk iedereen die het maar wilde horen had verkondigd weer eens in de UB te verschijnen, was er warempel iemand zo lief om mij zelfgemaakte oliebollen (!) te komen brengen. Een win-winsituatie als je het mij vroeg: ik had een tweede ontbijt en het meisje in kwestie was verzekerd van een plekje in de hemel.

12.40 Het verbaasde me dat mijn maag nog niet eerder zo had gesmeekt om eten, maar aan het aantal zuchten dat mijn buurman slaakte, meende ik af te leiden dat het zojuist aangevangen knorrende geluid vanuit mijn buik nu toch echt zijn concentratie verpestte. Om na de oliebollen deze gefrituurde lijn weer voort te zetten, gunde ik mezelf ook even dat broodje kroket.

15.33 Gefrituurd voedsel kon blijkbaar wonderen verrichten; ik had een persoonlijk record van twee uur lang opperste concentratie gevestigd. Toch bevat frituurvoedsel geen cafeïne, en dat was nou juist waar ik zo’n behoefte aan had. Nadat bleek dat de Coffeecorner out of coffee was (you had one job), kwam ik door een half uur in de rij te staan voor de DE-koffieautomaat toch aan m’n dosis cafeïne.

18.30 De cafeïne kwam z’n beloftes na en bleek met de UB een gouden combinatie te zijn. Ik had zowaar al mijn werk af. Mijn gouden tips? Maak je dag draaglijk door op tijd pauze te nemen, af en toe wat water in je gezicht te gooien en jezelf van tijd tot tijd op iets lekkers te trakteren, gefrituurd dan wel niet gefrituurd. Nu mijn UB-vrees is verdwenen, ben ik blij voorzichtig te kunnen concluderen dat de UB helemaal niet zo’n rampzalige plek is als het geluid van je telefoon gewoon uit staat.

Michelle Heuts

Tweedejaars student CIW