Een kijkje in het leven van… een eerstejaars!

Na een heerlijk lange vakantie, een weekje Intro en vervolgens een studieweek naar Keulen, was het voor mij op 8 september dan écht zo ver: de eerste collegedag. Waar iedereen al een week college had gevolgd en zijn plekje gevonden had, moest ik als CIW’er met Duits nog op zoek naar alle collegezalen, de juiste boeken en dictaten, en natuurlijk gezellige studiegenootjes! Dan heb ik het nog niet eens over de ellendige busreizen gehad…

Toen ik op de middelbare school zat was ik één van de lucky bastards die op nog geen twee minuten afstand van school woonde. Het was voor mij dan ook wel even omschakelen toen ik ineens een uur lang met de bus van het pittoreske Uden naar Nijmegen moest reizen.  Verstandig als ik was besloot ik voor alle zekerheid om de eerste dag maar een bus eerder te nemen, en dus stond ik om 7 uur stipt op het busstation. Op tijd aangekomen op Nijmegen Centraal moest ik alleen nog even wachten op een studiegenootje. Toen kon het laatste deel van de reis, die naar de uni, beginnen. Braaf stonden we te wachten in de enorme mensenmassa bij lijn 10, want ondanks de vele horrorverhalen besloten we toch het op deze bus te wagen.

Na toch zeker een kwartier geduldig gewacht te hebben besloten ook wij om maar voor te gaan dringen en niet veel later zaten we dan eindelijk in de bus. We zouden een luttele 3 minuten te laat komen, wat we zelf toch een prima prestatie vonden voor een eerste collegedag. Helaas bleken mijn studiegenootje en ik het iets te gezellig te hebben, waardoor we ineens bij het Radboud UMC uitkwamen in plaats van het Erasmusgebouw. Na ongeveer een kwartier hardlopen van het UMC naar het Erasmusgebouw – ochtendgymnastiek is er niets bij – kwamen we uiteindelijk iets na negenen puffend en hijgend aangerend bij Helen de Hoop, waar we natuurlijk meteen werden ‘beloond’ met een lastige vraag over fonologie. Niet echt de goede indruk die we in eerste instantie voor ogen hadden.

Na alle hectiek van de morgen, was het hoog tijd een plaspauze. Nu zou je denken, dat in een groot gebouw als het Erasmus wel bordjes hangen waar de WC te vinden is, maar net als de nood hoog is zijn die natuurlijk nergens te bekennen. Uiteindelijk besloten we de stoute schoenen aan te trekken en bij de Refter de trap naar beneden te volgen. Ik mompelde al dat ik de ‘D’  van damestoilet zag staan, maar mijn studiegenootje die dat blijkbaar niet had gehoord zei ineens verbaasd ‘Hmmmm, daar hangt de H van hoofdgebouw, in een hoofdgebouw zul je wel een toilet hebben toch?’. Met haar hand op de klink en al één voet in het herentoilet gilde ik verschrikt ‘WACHT! Dat is het herentoilet, daar hangt de D van damestoilet’ en ik wees naar rechts. Nog voordat iemand het kon zien glipten we snel het damestoilet binnen. Mission accomplished. Zelfs als eerstejaars studenten was dit niet onze meest handige actie.

Gelukkig bleek die eerste collegedag best mee te vallen en inmiddels heb ik mijn weg in het Erasmusgebouw gevonden, waar ik nu zonder problemen een geschikt toilet kan vinden. Ik voel me al helemaal thuis tussen mijn nieuwe studiegenootjes, maar vind het ook één van de voordelen van Nijmegen dat ik nog regelmatig oude klasgenootjes tegen het lijf loop. Hierdoor waan ik me nog helemaal in mijn oude vertrouwde wereldje!

De busreizen naar huis? Die verlopen ook al een stuk soepeler. Ondanks de vertragingen, de langpootmuggen die de bus onveilig maken – waarop meisjes gillend naar de andere kant van de bus rennen en jongens hun schoolboeken pakken om in de aanval te gaan – en een enkele keer een uur lang in de bus staan, kom ik elke keer weer velig thuis in het vertrouwde Uden. Of ik binnenkort dan toch mijn oude woonplaats ga verruilen voor het gezellige Nijmegen? Ik denk het niet! Al trekt Nijmegen me enorm en baal ik soms dat ik weer een kwartier moet wachten op de bus, toch ben ik na al mijn OV-avonturen altijd weer blij als ik thuis kom in Hotel Mama!

 

Iris Delmee

Voorzitter Publicatiecommissie 2014-2015

Help-Desk